Gerechtsdeurwaarder worden

0

Als gerechtsdeurwaarder neem je soms stappen die zwaar ingrijpen in het leven van een schuldenaar. Daarom mag lang niet iedereen zich gerechtsdeurwaarder noemen: dit is een beschermde titel. De toegang tot het beroep van gerechtsdeurwaarder wordt geregeld in het Gerechtelijk Wetboek (artikel 509 en verder). Hierin is bepaald dat een kandidaat-gerechtsdeurwaarder:

  • ten minste de leeftijd van 25 jaren moet hebben bereikt;
  • in het bezit moet zijn van een diploma, licentiaat of master in de rechten;
  • een getuigschrift van goed gedrag moet kunnen overleggen;
  • een stage van minstens 2 jaar hebben gevolgd bij een of meerdere gerechtsdeurwaarderskantoren. Deze stage dient te zijn afgesloten met een getuigschrift.

Als aan al deze voorwaarden is voldaan, kan iemand tot gerechtsdeurwaarder worden benoemd. Deze benoeming wordt verricht door de Koning en geldt alleen voor het gerechtelijk arrondissement waarbinnen de benoeming plaatsvindt. De gerechtsdeurwaarder is dus verplicht om binnen dat gerechtelijk arrondissement kantoor te houden en mag hiernaast geen nevenactiviteiten verrichten. Overdag werken als gerechtsdeurwaarder en ‘s avonds bijverdienen is dus uit den boze!

Zolang je nog niet benoemd bent tot gerechtsdeurwaarder, is het niet mogelijk om je eigen kantoor te houden. Wel mag je, als kandidaat-gerechtsdeurwaarder, een andere gerechtsdeurwaarder tijdelijk vervangen. Op die manier kan je de nodige praktijkervaring opdoen. Na je benoeming kan je als zelfstandig gerechtsdeurwaarder aan de slag.

Delen >

Laat weten wat jij vindt